BVD+aanpakken+zonder+een+goed+basisplan+werkt+niet
Kennispartners Boehringer Ingelheim

BVD aanpakken zonder een goed basisplan werkt niet

BVD-bestrijding begint met het opsporen en afvoeren van dragers. Doe je dat niet, dan is het nut van andere maatregelen, bijvoorbeeld vaccineren, beperkt.

Dit blijkt onder meer uit een geschiedenis in de praktijk van dierenarts Iris Kolkman. Ze is dierenarts bij A7 Noord dierenartsen in Drachten.

Dat veehouders het advies van de dierenarts niet altijd opvolgen, kan dierenarts Iris Kolkman begrijpen. 'Diergezondheid is één van vele aspecten die op een bedrijf een rol spelen.

Dat melkveehouders in periodes met lage opbrengstprijzen zoeken naar kostenbesparing is begrijpelijk. Minder frequent of stoppen met vaccineren tegen BVD lijkt dan logisch. Maar het is niet verstandig. Een volledige bescherming heb je niet meer, met alle risico's van dien', stelt Kolkman.

Dierenarts en veehouder besluiten gebruik te maken van het BVD-vaccin van Boehringer Ingelheim. Dit levende vaccin is sinds 2015 in Europa toegelaten, en hoeft slechts één keer per jaar toegediend te worden

In 2015 komt Kolkman op een bedrijf dat problemen heeft bij kalveren van twee tot vier maanden: hoesten, kortademigheid en koorts. Kolkman behandelt de jonge dieren tegen longontsteking.

Twee weken later belt de melkveehouder opnieuw. Nu vanwege een ringworminfectie bij kalveren van tussen de 5 en 6 maanden.

Kolkman vermoedt dat de schimmelinfectie een kans krijgt door weerstandsvermindering en denkt aan BVD. Er worden bloedmonsters genomen.

Symptomen

'BVD kan een breed scala symptomen veroorzaken. Naast diarree- en darmproblemen ook luchtwegproblemen en tekenen van verminderde weerstand', vertelt Kolkman. Het virus gaf op het bedrijf in het verleden al vaker problemen. In 2008 begon de boer met vaccineren met een geïnactiveerd BVD-vaccin nadat een verwerper antistoffen in het bloed bleek te hebben.

In 2008 en 2009 laat de melkveehouder zijn runderen volgens de bijsluiter twee keer per jaar vaccineren. Daarna stapt hij over op een minder intensief vaccinatie-regime van 1x per jaar ondanks de waarschuwing vanuit de dierenartsenpraktijk om de volwassen dieren 2x per jaar te vaccineren. Jongvee wordt twee keer gevaccineerd met een interval van vier weken. In maart 2014 besluit de veehouder helemaal te stoppen met vaccinaties.

Problemen bij kalveren

Het melkveebedrijf had in het verleden veel last met diarree- en luchtwegproblemen bij de kalveren. Deze problemen werden kleiner sinds het vaccineren tegen BVD, betere biestvoorziening bij pasgeboren kalveren en een nieuwe kalverstal.

Van aankoop van vee is geen sprake, behalve af en toe een pinkenstier. De melkveehouder koopt de stieren bij gecertificeerd BVD-vrije collega's. Hij laat echter geen bloed of sperma van de stieren onderzoeken op BVD.
In 2013 laat de melkveehouder bloedmonsters van een aantal pinken testen. Deze uitslag was volledig negatief.

'De conclusie was dat er waarschijnlijk geen sprake was van BVD-circulatie op het bedrijf. Ook omdat er geen ziekteverschijnselen waren die mogelijk een link hadden met BVD.'

BVD-antistoffen

De bloedmonsters die de dierenartspraktijk in 2015 laat onderzoeken, veranderen het beeld. De monsters bevatten alle vijf BVD-antistoffen. Dierenarts en melkveehouder besluiten tot nader onderzoek. Dit gebeurt met behulp van melkmonsters en bloedmonsters van niet-melkgevende dieren.

Het onderzoek naar de hele veestapel toont twee BVD-dragers aan. Eén drager is geboren in december 2013 en de ander in juni 2015. De dragers worden direct afgevoerd. Op grond van de leeftijd van de oudste BVD-drager concludeert Kolkman dat sinds de zomer van 2013 het BVD-virus op het bedrijf circuleert.

Deze conclusie sluit aan op de diagnose van BVD begin 2014 op de boerderij van de buurman. Tijdens het weideseizoen grazen de runderen van beide bedrijven dicht bij elkaar.

Onvolledig vaccinatieprogramma

Hoe kan het BVD-virus op een bedrijf circuleert terwijl er sprake is van vaccinatie? Dierenarts Kolkman vermoedt dat dit te maken heeft met de onvolledigheid van het vaccinatieprogramma. Bij het betreffende BVD-vaccin moet je jaarlijks twee keer vaccineren om een goede bescherming op te bouwen. In dit geval leek het vaccineren wel te zorgen voor het achterwege blijven van ziekteverschijnselen, maar was er onvoldoende bescherming tegen infecties met het BVD-veldvirus.

Na afvoer van de BVD-dragers begint de melkveehouder opnieuw met vaccineren. Dierenarts en veehouder besluiten gebruik te maken van het BVD-vaccin van Boehringer Ingelheim. Dit levende vaccin is sinds 2015 in Europa toegelaten, en hoeft slechts één keer per jaar toegediend te worden.

De melkveehouder laat alle pasgeboren kalveren testen op BVD. In augustus 2015 levert dit één BVD-drager op. Sinds die tijd zijn alle geboren kalveren op het bedrijf vrij van BVD. Ook van gezondheidsproblemen bij het jongvee of het melkvee is geen sprake meer.

Planmatige aanpak

Kolkman concludeert dat BVD een ziekte is die je planmatig moet aanpakken. 'Dit praktijkvoorbeeld laat zien dat de inzet van veel moeite, arbeid en geld geen garantie is voor een goede bescherming. We zien in onze praktijk vaak dat bedrijven enorm veel moeite doen om BVD-vrij te worden.

Maar dat is geen garantie dat je ook vrij blijft. Jaarlijks krijgt 5 tot 10 procent van de BVD-vrije bedrijven te maken met een herintroductie van het virus.'

Volgens Kolkman is het opsporen van BVD-dragers een van de eerste acties om uit te voeren als het virus rondwaart op een bedrijf. 'Na opsporen en afvoeren van dragers is het zaak om minimaal tien maanden lang alle geboren kalveren strikt te testen op BVD', stelt de dierenarts.

'We adviseren overigens dat structureel te doen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van oorbiopten. Een andere werkwijze die we veel toepassen is het nemen van een bloedmonster bij het onthoornen van de kalveren. Dat gaat makkelijk omdat ze op dat moment slapen.'

Aanvullend vaccineren

Vaccineren moet volgens de dierenarts altijd een aanvullende maatregel zijn bij de bescherming tegen BVD. 'Maar dan moet je wel vaccineren zoals het hoort. Doe je dat niet, zoals in dit praktijkvoorbeeld, dan kan vaccineren onvoldoende bescherming geven. Door het vaccineren zijn er dan misschien geen zichtbare ziektesymptomen, maar het houdt BVD-circulatie niet tegen. Vaccineren zonder het opruimen van BVD-dragers is niet zinvol.'

Kolkman ziet het vaccin van Boehringer Ingelheim als een welkome aanvulling. 'Het biedt een goede bescherming, en het feit dat je maar eens per jaar hoeft te vaccineren past op veel bedrijven goed.'

Voortdurend virus uitscheiden

BVD is een virusziekte die in de Nederlandse rundveehouderij veel voorkomt. Uit gegevens van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) komt naar voren dat het BVD-virus circuleert op 8,7 procent van de melkveebedrijven in Nederland en op opfokbedrijven en overige rundveebedrijven 17 procent.

De belangrijkste verspreiders van het virus zijn de dragers, die voortdurend virus uitscheiden. Alle dieren die contact hebben met een drager maken een BVD-infectie door.

Het BVD-virus kan op een boerderij terechtkomen door aankoop of contact met virusdragers, contact met acuut geïnfecteerde dieren, persistent geïnfecteerde ongeboren vruchten (bijvoorbeeld door aankoop van een drachtige koe), vee in aangrenzende weilanden, gemeenschappelijke weidegronden, tentoonstellingen, markten en veilingen, overbrenging door herkauwers anders dan runderen of een geïnfecteerde stier.

Ook kan de infectie bij koeien komen via materialen en werktuigen en door professionele bezoekers met smetstof op de kleding of mestdeeltjes aan de schoenen, zoals dierenarts en inseminator.

• Meer informatie: www.boehringer-ingelheim-ah.nl