Eigen+tarwe+geeft+betere+grip+op+kwaliteit
Achtergrond

Eigen tarwe geeft betere grip op kwaliteit

Familie Prins-Gastman heeft een gemengd bedrijf in Zuidbroek. In het rantsoen van hun vleesvarkens zit 30 procent tarwe, die ze zelf telen. 'Met eigen graan weet je wat je voert.'

Het is een vast ritueel op het gemengde bedrijf van de familie Prins-Gastman in het Groningse Zuidbroek. Iedere veertien dagen komt loonbedrijf Wieringa langs met een vrachtwagen met daarop een mobiele pletter om tarwe te malen voor hun vleesvarkens.
Vandaag heeft Bernard Prins een kipper vol tarwe buiten klaargezet, naast de voersilo. Maar als het moet, dan kan de vrachtwagen ook binnen laden en met een bunker vol meel naar de silo toe rijden.

Met een flexibele slang zuigt de chauffeur het graan naar binnen. In de machine worden de korrels gemalen of geplet totdat de bunker, met een capaciteit van ongeveer zeven ton, vol zit.

Na registratie van het gewicht wordt de partij in de silo geblazen. Na een kleine twee uur heeft hij veertien ton gemalen en kan Prins weer twee weken vooruit.

'Met eigen graan weet je wat je voert'

Bernard Prins, ondernemer in Zuidbroek

Besparen op de voerkosten

Eigen graan voeren, doet de familie al lang. Tarwe is veruit het grootste gewas op het 100 hectare tellende bedrijf en door het zelf te gebruiken, levert het graan meer op en besparen ze op de voerkosten.
Het totale financiële voordeel schat Prins op 4 à 5 cent per kilo voer. Maar belangrijker nog vinden ze het kwaliteitsvoordeel. 'Met eigen graan weet je wat je voert.'

Prins kiest altijd voor hoogwaardige rassen met veel eiwit. Een deel is echte baktarwe, die hij teelt voor een molenaar in de regio. Baktarwes hebben in de regel een iets lagere opbrengst dan voertarwe, omdat er veel eiwit in moet zitten voor een goede broodkwaliteit. Maar ook voor de varkens teelt hij bewust baktarwerassen.

Hij legt een uitslag op tafel van een recent bemonsterde partij. De analyses laten zien dat er 15,7 procent ruw eiwit in zit. Een andere uitslag waarnaar Prins kijkt, is de myctoxinenwaarde. Het DON-gehalte ligt ver onder het toegestane niveau. 'Ook dat hebben we graag zelf in de hand', zegt Prins.

'Voordat ons graan in de opslag gaat, halen we de partij door een voorreiniger. Die haalt de kleinste korreltjes eruit. Dat zijn vaak ook de aangetaste korreltjes. In een nat jaar kun je niet helemaal voorkomen dat tarwe wordt aangetast door aarfusarium.'

Uitbesteden

In het verleden maalde Prins zijn tarwe zelf, maar daarmee is hij gestopt. 'Ik had er niet de goede apparatuur voor en het was toch wel een gedoe iedere keer. Het moest er vaak even tussendoor, ook als het niet goed uitkomt. Daarnaast investeert een loonwerker eerder in nieuwe apparatuur, waarmee je preciezer kunt malen. Het steekt namelijk nogal nauw.'

In overleg met zijn nutritionist besloot Prins een paar maalbeurten geleden om het meel te laten zeven op 5 mm in plaats van 4. 'Eerst dachten we: doe maar zo fijn mogelijk, dan heb je de beste opname. Maar we vermoeden dat dit toch te fijn is. Sinds we op 5 millimeter zitten, en er dus meer structuur in het voer zit, hebben we minder last van maagbloedingen. De dieren doen het er goed op. Ons uitvalpercentage ligt onder de één procent.'

Sinds enkele jaren teelt Prins ook veldbonen. Het eiwithoudende gewas is nodig vanwege de vergroeningsregels, maar past ook in het rantsoen. Naast 30 procent tarwe en 10 procent kaaswei via de nippel, past er 10 procent korrelmais en 5 procent veldbonen in het menu.

• Lees meer hierover deze zaterdag in Nieuwe Oogst

Egbert Jonkheer

Egbert Jonkheer schrijft op freelancebasis artikelen voor Nieuwe Oogst

Contact